Principe van inspecties

Inspecties van brandveiligheid installaties

Sinds april 2012 is het Bouwbesluit (BB12) van kracht (wetgeving). Voor de hierin vereiste installaties verwijst het Bouwbesluit naar de CCV-schema’s. Daarnaast wordt er vanuit milieuwetgeving en het Vuurwerkbesluit voor brandveiligheidsinstallaties een inspectie verlangd. Bovendien eisen verzekeraars en gebouweigenaren/-gebruikers brandveiligheidssystemen.
Inspecties vinden meestal plaats op basis van doeltreffendheid volgens schema’s, maar daarnaast kunnen inspecties ook plaatsvinden op normconformiteit.

Erkende bedrijven en relatie met inspectieschema’s

De CCV-inspectieschema’s geven de mogelijkheid om gebruik te maken van ‘gecertificeerde’ (‘erkende’) installateurs, die installaties en diensten onder certificatie leveren. Dit heeft als voordeel dat u in het ontwerp- en realisatietraject werkt met installateurs, die aantoonbaar inhoudelijke kennis en ervaring hebben.

De Inspectie-instelling beoordeelt het brandbeveiligingssysteem op de veiligheidseisen aan de hand van een in het inspectieschema opgenomen checklijst. Dit omvat alle belangrijke inspectiepunten van de te inspecteren brandbeveiligingsinstallatie en gestuurde installaties, maar ook de direct aan deze installaties verbonden bouwkundige en organisatorische randvoorwaarden.

Van al de inspectiepunten stelt de inspectie-instelling goed- of afkeur vast. Dit gebeurt op basis van een eveneens in het inspectieschema opgenomen lijst van afkeurcriteria.
ld.

Klik op de afbeelding voor een grote versie.

De oplossingen uit de risico-inventarisatie van het brandbeveiligingsplan worden vertaald in de zogenaamde BIO-maartregelen. Deze hebben invloed op:

• Bouwkundige zaken
• Installatietechnische oplossingen
• Organisatorische oplossingen

Het nauwe samenspel van deze maatregelen leidt tot het gewenste risiconiveau en uiteindelijk tot een bouw- en later een gebruiksvergunning. Hiermee is de verzekeraar bereid het pand, eventueel met inhoud, te verzekeren.

Klik op de afbeelding voor een grote versie.

UPD en PvE

Het Uitgangspuntendocument (UPD) of Programma van Eisen (PvE) bevat de ontwerpcriteria voor het realiseren van de brandbeveiligingsinstallatie. Deze ontwerpcriteria verwijzen naar (inter)nationale standaards en regelgeving, de eventuele concessies en het gebruik.

De eisende partijen beoordelen het UPD of PvE en de inspectie-instelling toetst het document op certificeerbaarheid.

Eindinspectie

Bij de oplevering vindt een eindinspectie plaats, waarbij de inspectie-instelling alle functies van het systeem test en controleert. Ook de voor het systeem relevante andere BIO-maatregelen worden hierbij meegenomen, denk bijvoorbeeld aan opslag of brandscheiding. Bij goed gevolg wordt een certificaat afgegeven.

Periodieke inspectie

Belangrijk voor een installatie die alleen moet functioneren in noodgevallen, is dat deze storingsvrij z’n werk moet doen. Daarom is periodiek testen en onderhouden voor deze installaties van essentieel belang. Ook kan het gebruik in de loop van de jaren veranderen.
Periodieke inspectie door een onafhankelijke partij als een inspectie-instelling, is van belang om de juiste werking te kunnen blijven garanderen. Het certificaat kan dan na goed gevolg worden verlengd tot de volgende inspectie.

Bij een inspectie wordt er, steekproefsgewijs, gekeken of de actuele situatie (nog) voldoet aan het UPD/PvE. Afwijkingen worden gerapporteerd en wanneer deze de werking van het systeem nadelig beïnvloeden, kan dit zelfs tot afkeuring van het systeem leiden. De eigenaar/beheerder moet deze situatie zo snel mogelijk verhelpen.

Hierna moet een controle/herinspectie plaatsvinden om vast te stellen of het probleem is opgelost. Als dat het geval is, kan het systeem weer een certificaat krijgen.

Certificaat

Bij een positieve eindconclusie ontvangt de eigenaar/beheerder een inspectiecertificaat. Dit is de “samenvatting” van de conclusie uit het rapport.