Wij inspecteren!

We zijn geaccrediteerd!

VdS Nederland is een NEN-EN-ISO/IEC 17020 type A geaccrediteerde onafhankelijke, onpartijdige inspectie instelling met kennis van zaken, die het gehele inspectieproces kan uitvoeren om te komen tot een gecertificeerde brandbeveiliging. Het gehele inspectieproces bevat de volgende onderdelen:

  • Inspectie basisontwerp
  • Inspectie detailontwerp
  • Initiële inspectie (eindinspectie)
  • Vervolginspectie (periodieke inspectie)

De inspectie op uw brandbeveiligingsinstallatie vindt plaats als deze wordt geëist door overheid of verzekeraar. Uiteraard kan de inspectie ook op vrijwillige basis plaatsvinden om zekerheid te hebben over de kwaliteit van de installatie of om aan te tonen dat verantwoordelijkheid omtrent brandveiligheid wordt genomen.

Inspectie basisontwerp

Bij deze administratieve inspectie wordt vastgesteld of het basisontwerp (uitgangspuntendocument) voor het brandbeveiligingssysteem voldoet aan de doelstellingen. Bij deze beoordeling wordt onder andere gecontroleerd of het basisontwerp volledig is, er geen tegenstellingen in staan, de doelstelling juist is beschreven, het brandbeveiligingssysteem het juiste niveau waarborgt en of de juiste normen en voorschriften zijn toegepast.

Indien wordt vastgesteld dat hetgeen in het basisontwerp is vastgelegd invulling geeft aan het doel, is er sprake van goedkeur. Bij afkeur zal het basisontwerp moeten worden aangepast en zal een nieuwe beoordeling moeten worden uitgevoerd.

Inspectie detailontwerp

Bij deze administratieve inspectie wordt vastgesteld of het detailontwerp (tekeningen, berekeningen, schema’s, etc.) van het brandbeveiligingssysteem voldoet aan de doelstellingen.

Er wordt beoordeeld of deze gegevens tezamen uiteindelijk een brandbeveiligings-systeem realiseren dat zal voldoen aan de doelstelling. Indien wordt vastgesteld dat hetgeen in het detailontwerp is vastgelegd geen invulling geeft aan het doel, zal het basisontwerp (gedeeltelijk) moeten worden aangepast en zal een nieuwe beoordeling moeten worden uitgevoerd.

Initiële inspectie (eindinspectie)

Bij deze inspectie wordt vastgesteld of het brandbeveiligingssysteem voldoet aan de doelstellingen. De inspectie bestaat uit administratieve, visuele en functionele waarnemingen. De inspectie wordt gebaseerd op het beoordeelde basis- en detailontwerp. De bevindingen van de inspectie worden vastgelegd in een inspectierapport met een conclusie en een onderbouwing daarvan. Bij een positieve conclusie wordt een inspectiecertificaat afgegeven.

Het is mogelijk dat er tijdens de initiële inspectie delen niet meer visueel zijn te inspecteren. Deze zaken dienen tijdens de installatie door middel van tusseninspecties te worden beoordeeld.

Vervolginspectie (periodieke inspectie)

Bij deze inspectie wordt vastgesteld of het brandbeveiligingssysteem tijdens het gebruik nog steeds voldoet aan de doelstellingen. Net als de initiële inspectie bestaat ook de vervolginspectie uit administratieve, visuele en functionele waarnemingen. De inspectie wordt gebaseerd op het beoordeelde basis- en detailontwerp, waarbij de nadruk ligt op het beheer en onderhoud van het systeem en het gebruik van het bouwwerk. De bevindingen van de inspectie worden vastgelegd in een inspectierapport met een conclusie en een onderbouwing daarvan. Bij een positieve conclusie wordt een inspectiecertificaat afgegeven.

Voordat een inspectie kan worden uitgevoerd moeten de omvang van de inspectie en de uitgangspunten van de te inspecteren beveiliging bekend zijn. De uitgangspunten wordt vastgesteld door de eigenaar/gebruiker van de installatie in samenspraak met het bevoegd gezag. Om een planmatige inspectie mogelijk te maken zal vervolgens door de inspectie instelling een inspectieplan worden opgesteld. In dit inspectieplan wordt vastgelegd welke brandbeveiligingssystemen (conform de opdracht) moeten worden geïnspecteerd, hoe en op welke momenten in de bouwfase die inspectie plaatsvindt en welke uitgangspunten daarbij gehanteerd moeten worden.
Het Inspectieplan inclusief bijlagen wordt gebruikt voor het toetsen van de uitgangspunten, van het detailontwerp, het uitvoeren de initiële inspectie (opleveringsinspectie) en de vervolginspecties (handhaving).
VdS Nederland B.V. richt zich op de in Nederland van toepassing zijnde inspectieschema’s.

VdS Nederland is geaccrediteerd door de Raad van Accreditatie voor het uitvoeren van inspecties voor:

Het CCV-inspectieschema Brandbeveiliging – Inspectie brandbeveiligings-systeem (VBB-BMI/OAI-RBI) op basis van afgeleide doelstellingen

Een sprinklerbeveiliging is bedoeld om een beginnende brand te detecteren, signaleren en beheersen. In veel gevallen zal de brand door enkele sprinklers worden geblust.
Omdat men een automatische sprinklerinstallatie zelden of nooit in werking ziet, zijn de gebruikers van een gesprinklerd gebouw vaak niet op de hoogte van de werking, mogelijkheden en beperkingen van een dergelijk brandbeveiligingssysteem. Ten onrechte is men soms van mening dat de goede werking van een sprinklerinstallatie is gewaarborgd door uitsluitend de aanleg van dit systeem. Men is zich niet bewust van de randvoorwaarden waaraan moet worden voldaan om een automatische sprinklerinstallatie optimaal te laten functioneren. Bovendien is een sprinklersysteem een maatoplossing, dus voor iedere situatie uniek.

Blusschuimbeveiligingen worden vooral toegepast bij de bescherming van opslagvoorzieningen van gevaarlijke stoffen. Dit kunnen brandbare vloeistoffen zijn, maar ook giftige, bijtende of andere gevaarlijke stoffen. Het kan gaan over een kleine opslag van gewasbeschermingsmiddelen of over grote olietanks. Het zal duidelijk zijn dat het beschermen van mens en milieu voor met name blusschuimbeveiligingen een belangrijk doel is.
Bij een blusschuiminstallatie wordt schuimconcentraat aan het bluswater toegevoegd. Afhankelijk van het soort schuimconcentraat hebben we te maken met een licht-, een middel- of een zwaarschuiminstallatie. De werkingsprincipes van deze installaties zijn verschillend.
In geval van een blusschuiminstallatie moeten de desbetreffende ruimten elk worden uitgevoerd als brandcompartiment. Hierdoor worden er eisen gesteld aan de bouwkundige constructie.

Het voornaamste doel van een blusgasbeveiliging is het voorkomen van brandschade aan uw apparatuur of bedrijfsproces. Bedrijfscontinuïteit is van belang en computersystemen of bedrijfsprocessen die langdurig uitvallen kunnen een groot effect hebben op de voortgang van uw bedrijf.
Blusgasinstallaties kunnen zijn gebaseerd op inerte gassen en chemische blusgassen. De aansturing van de blusgasinstallatie wordt veelal verzorgd door een brandmeldinstallatie die op zijn beurt moet zijn afgestemd op het tijdig detecteren van een ontstane brand. Het is van belang dat de blusgas- en brandmeldinstallatie zijn ontworpen op het te verwachten brandrisico en de omgevingsfactoren.
Blusgasbeveiliging kan onderverdeeld worden in een aantal aspecten, te weten het technische aspect, het bouwkundige aspect en het organisatorische aspect. In het technische aspect zijn de blusgasinstallatie en de brandmeldinstallatie van belang. In het bouwkundige aspect zijn de brandwerendheid van een bouwkundige constructie, overdrukvoorzieningen en de luchtdichtheid van een ruimte belangrijk. Het beheer en onderhoud zijn voor de levensduur van een installatie essentieel en vallen onder het organisatorische aspect.

Bij rookbeheersingsinstallaties moet u denken aan rook- en warmteafvoerinstallaties, overdrukinstallaties of langsventilatie- en stuwdrukinstallaties. De diverse installaties hebben allen hun eigen toepassingsgebieden maar wel één gezamenlijk hoofddoel: het creëren van een rookvrije vluchtweg.
Bouwwerken moeten voldoen aan de randvoorwaarden in het Bouwbesluit. Bouwwerken dienen zo te worden gebruikt dat de gebruikers geen extra risico’s lopen en in het geval van calamiteiten veilig kunnen vluchten.

Brandmeldinstallaties zijn er om een beginnende brand tijdig te ontdekken, lokaliseren en signaleren, waarna de aangesloten brandbeveiligingsvoorzieningen tijdig in werking worden gesteld met als doel bij te dragen aan de veiligheid van de aanwezigen, schadebeperking en/of bedrijfscontinuïteit. Voor het tijdig detecteren en intern/extern alarmeren is het van groot belang dat deze installaties goed functioneren.
Brandmeldinstallaties zijn een optelsom van organisatorische, bouwkundige en technische maatregelen. En de samenhang van die maatregelen, op basis van een gedegen risicoanalyse, moet zijn weerslag vinden in de uitgangspunten van de brandbeveiligingsinstallaties.
In die uitgangspunten zijn ook de afstemming van de techniek op de interne en externe alarmorganisatie en de bouwkundige maatregelen die de toegankelijkheid voor de brandweer of de detectiesnelheid van de automatische melders beïnvloeden belangrijk.

Ontruimingsalarminstallaties geven tijdig in voldoende mate akoestisch en/of optisch informatie aangaande de ontruiming, om veilig vluchten te initiëren. Voor het tijdig detecteren en intern/extern alarmeren is het van groot belang dat deze installaties goed functioneren.
Ontruimingsalarminstallaties zijn een optelsom van organisatorische, bouwkundige en technische maatregelen. En de samenhang van die maatregelen, op basis van een gedegen risicoanalyse, moet zijn weerslag vinden in de uitgangspunten van de brandbeveiligingsinstallaties.
In die uitgangspunten zijn ook de afstemming van de techniek op de interne en externe alarmorganisatie en de bouwkundige maatregelen die de toegankelijkheid voor de brandweer of de detectiesnelheid van de automatische melders beïnvloeden belangrijk.

Het CCV-inspectieschema Brandbeveiliging Opslag Gevaarlijke stoffen volgens PGS (BB-PGS)

Een opdrachtgever wil dat zijn opslag goed beschermd is tegen gevolgen van brand. De opslag van gevaarlijke stoffen in grotere hoeveelheden (>10.000 kg) vereist bijzondere aandacht. In veel gevallen zal ook een gemeente nadere eisen stellen aan een dergelijke opslag. Daarbij dient de opslag van gevaarlijke stoffen goed te zijn beveiligd.
Bij blusinstallaties moet gedacht worden aan automatische sprinkler- en deluge-installaties, al dan niet met schuimtoevoeging, automatische blusgasinstallaties en automatische Hi-Ex installaties met inside of outside air. Voor een doeltreffende beveiliging zijn er naast installaties ook andere randvoorwaarden van toepassing, zoals bouwkundige en organisatorische maatregelen.

Het CCV-Inspectieschema Brandbeveiliging Consumentenvuurwerk

Na de vuurwerkramp in Enschede is het belang van de beveiliging van vuurwerk toegenomen. In het Vuurwerkbesluit zijn de eisen opgenomen voor de beveiliging van bewaarplaatsen, bufferbewaarplaatsen en verkooppunten. Deze installatie bestaat uit een sprinklersysteem tezamen met een alarmeringsinstallatie.

Inspecties op basis van Norm conformiteit/“Eigen-methode”

Watervoerende blusinstallaties kenmerken zich door een grote bedrijfszekerheid met een daaraan gekoppelde hoge doeltreffendheid bij het beheersen van een brand. De inspectie vindt plaats door het nemen van willekeurige steekproeven. Afhankelijk van het type en de grootte van het systeem worden een aantal leidingen en sprinklers onderzocht.
Tijdens de 25-/12,5-jarige inspecties in Duitsland zijn de volgende resultaten naar voren gekomen: uit de statistieken blijkt dat het leidingwerk van natte systemen over het algemeen in betere staat is dan het leidingwerk van droge systemen. Vaste residuen veroorzaakt door corrosie reduceren de diameter van de leidingen waardoor de capaciteit afneemt. Daarbij kan het voorkomen dat loszittende ophopingen samen een grotere afname of zelfs een verstopping kunnen veroorzaken. Uit de resultaten blijkt dat een droge installatie na 12,5 jaar veelal in een slechtere staat verkeert dan een 25 jaar oude natte installatie.

In tegenstelling tot alle andere brandbeveiligingssystemen zorgt dit systeem ervoor dat het niet kan branden. Dit wordt gerealiseerd door het verlagen van het zuurstofniveau in de ruimte. Zuurstofreductie wordt toegepast in zeer specifieke situaties waar rookschade niet is gewenst in welke minimale hoeveelheid dan ook of waar andere systemen geen oplossing bieden.