Wij inspecteren!

We zijn door de Raad voor Accreditatie geaccrediteerd!

Inspectie uit laten voeren? Vraag hier uw online offerte aan!

VdS Nederland is een onafhankelijke, onpartijdige inspectie-instelling en EN ISO/IEC 17020 type A geaccrediteerd. Met kennis van zaken voeren wij het gehele inspectieproces uit om te komen tot een gecertificeerde brandbeveiliging.

Sinds april 2012 is het Bouwbesluit (BB12) van kracht (wetgeving). Voor de hierin vereiste installaties verwijst het Bouwbesluit naar de CCV-schema’s. Daarnaast wordt er vanuit milieuwetgeving en het Vuurwerkbesluit voor brandveiligheidsinstallaties een inspectie verlangd. Bovendien kunnen verzekeraars en gebouweigenaren/-gebruikers brandveiligheidssystemen eisen.

Uiteraard is inspectie ook op vrijwillige basis mogelijk, bijvoorbeeld om zekerheid te hebben over de kwaliteit van de installatie, of om aan te tonen dat u uw verantwoordelijkheid neemt voor brandveiligheid.

Erkende bedrijven en relatie met inspectieschema’s

De CCV-inspectieschema’s geven de mogelijkheid om gebruik te maken van ‘gecertificeerde’ (‘erkende’) installateurs, die installaties en diensten onder certificatie leveren. Dit heeft als voordeel dat u in het ontwerp- en realisatietraject werkt met installateurs, die aantoonbaar inhoudelijke kennis en ervaring hebben.

VdS beoordeelt het brandbeveiligingssysteem op de veiligheidseisen aan de hand van een checklist, die is opgenomen in het inspectieschema. Dit omvat alle belangrijke inspectiepunten van de te inspecteren brandbeveiligingsinstallatie en gestuurde installaties, maar ook van de bouwkundige en organisatorische randvoorwaarden, die aan deze installaties zijn verbonden.

Van al de inspectiepunten stellen wij goed- of afkeur vast. Dit gebeurt op basis van een lijst met afkeurcriteria, eveneens opgenomen in het inspectieschema.

De oplossingen uit de risico-inventarisatie van het brandbeveiligingsplan worden vertaald in de zogenaamde BIO-maartregelen. Deze hebben invloed op:

  • Bouwkundige zaken
  • Installatietechnische oplossingen
  • Organisatorische oplossingen

Het nauwe samenspel van deze maatregelen leidt tot het gewenste risiconiveau en uiteindelijk tot een bouw- en later een gebruiksvergunning. Hiermee is de verzekeraar bereid het pand, eventueel met inhoud, te verzekeren.

Alle inspecties op een rij

Een administratieve inspectie om te beoordelen of het Basisontwerp (Uitgangspuntendocument, of UPD) voor het brandbeveiligingssysteem voldoet aan de doelstellingen
Lees verder
Een administratieve inspectie om te beoordelen of het detailontwerp (tekeningen, berekeningen, schema’s, etc.) voor het brandbeveiligingssysteem voldoet aan de doelstellingen
Lees verder
Een administratieve inspectie om te beoordelen of het complete brandbeveiligingssysteem voldoet aan de doelstellingen
Lees verder
Vaststelling of het brandveiligheidssysteem tijdens het gebruik nog steeds voldoet aan de doelstelling
Lees verder
Inspectie van het leidingwerk op aanwezigheid van corrosie en/of afzettingen, inclusief het meten van de wanddikte
Lees verder

VdS Nederland is geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie voor het uitvoeren van inspecties voor:

Het CCV-Inspectieschema Brandbeveiliging – Inspectie brandbeveiligings-systeem (VBB-BMI/OAI-RBI) op basis van afgeleide doelstellingen:

Een sprinklerbeveiliging is bedoeld om een beginnende brand te detecteren, signaleren en beheersen. In veel gevallen zal de brand door slechts enkele sprinklers worden geblust.
Omdat men een automatische sprinklerinstallatie zelden of nooit in werking ziet, zijn de gebruikers van een gesprinklerd gebouw vaak niet op de hoogte van de werking, mogelijkheden en beperkingen van een dergelijk brandbeveiligingssysteem. Ten onrechte is men soms van mening dat de goede werking van een sprinklerinstallatie is gewaarborgd door uitsluitend de aanleg van dit systeem. Men is zich niet bewust van de randvoorwaarden waaraan moet worden voldaan om een automatische sprinklerinstallatie optimaal te laten functioneren. Bovendien is een sprinklerinstallatie een maatoplossing, dus voor iedere situatie uniek, en is onderhoud en beheer ervan noodzakelijk.

Blusschuimbeveiligingen worden vooral toegepast bij de bescherming van opslagvoorzieningen van gevaarlijke stoffen. Dit kunnen brandbare vloeistoffen zijn, maar ook giftige, bijtende of andere gevaarlijke stoffen. Het kan gaan over een kleine opslag van gewasbeschermingsmiddelen of over grote olietanks. Het zal duidelijk zijn dat het beschermen van mens en milieu voor met name blusschuimbeveiligingen een belangrijk doel is.
Bij een blusschuiminstallatie wordt schuimconcentraat aan het bluswater toegevoegd. Afhankelijk van het soort schuimconcentraat hebben we te maken met een licht-, een middel- of een zwaarschuiminstallatie. De werkingsprincipes van deze installaties zijn verschillend.
In geval van een blusschuiminstallatie moeten de desbetreffende ruimten elk worden uitgevoerd als brandcompartiment. Hierdoor worden er eisen gesteld aan de bouwkundige constructie.

Het voornaamste doel van een blusgasbeveiliging is het voorkomen van brandschade aan uw apparatuur of bedrijfsproces. Bedrijfscontinuïteit is van belang, computersystemen of bedrijfsprocessen die langdurig uitvallen kunnen een groot effect hebben op de voortgang van uw bedrijf.
Blusgasinstallaties kunnen zijn gebaseerd op inerte gassen en chemische blusgassen. De aansturing van de blusgasinstallatie wordt veelal verzorgd door een brandmeldinstallatie die op zijn beurt moet zijn afgestemd op het tijdig detecteren van een ontstane brand. Het is van belang dat de blusgas- en brandmeldinstallatie zijn ontworpen op het te verwachten brandrisico en de omgevingsfactoren.
Blusgasbeveiliging kan onderverdeeld worden in een aantal aspecten, te weten het technische aspect, het bouwkundige aspect en het organisatorische aspect. In het technische aspect zijn de blusgasinstallatie en de brandmeldinstallatie van belang. In het bouwkundige aspect zijn de brandwerendheid van een bouwkundige constructie, overdrukvoorzieningen en de luchtdichtheid van een ruimte belangrijk. Het beheer en onderhoud zijn voor de levensduur van een installatie essentieel en vallen onder het organisatorische aspect.

Bij rookbeheersingsinstallaties moet u denken aan rook- en warmteafvoerinstallaties, overdrukinstallaties of langsventilatie- en stuwdrukinstallaties. De diverse installaties hebben alle hun eigen toepassingsgebieden maar wel één gezamenlijk hoofddoel: het creëren van een rookvrije vluchtweg.
Bouwwerken moeten voldoen aan de randvoorwaarden in het Bouwbesluit. Bouwwerken dienen zo te worden gebruikt dat de gebruikers geen extra risico’s lopen en in het geval van calamiteiten veilig kunnen vluchten.

Brandmeldinstallaties zijn er om een beginnende brand tijdig te ontdekken, lokaliseren en signaleren, waarna de aangesloten brandbeveiligingsvoorzieningen tijdig in werking worden gesteld met als doel veilig vluchten mogelijk te maken en bij te dragen aan de veiligheid van de aanwezigen, schadebeperking en/of bedrijfscontinuïteit. Voor het tijdig detecteren en intern/extern alarmeren is het van groot belang dat deze installaties goed functioneren.
Brandmeldinstallaties zijn een optelsom van organisatorische, bouwkundige en technische maatregelen. De samenhang van die maatregelen, op basis van een gedegen risicoanalyse, moet zijn weerslag vinden in de uitgangspunten van de brandbeveiligingsinstallaties.
In die uitgangspunten zijn ook de afstemming van de techniek op de interne en externe alarmorganisatie en de bouwkundige maatregelen die de toegankelijkheid voor de brandweer of de detectiesnelheid van de automatische melders beïnvloeden belangrijk.

Ontruimingsalarminstallaties geven tijdig in voldoende mate akoestisch en/of optisch informatie aangaande de ontruiming, om veilig vluchten te initiëren. Voor het tijdig detecteren en intern/extern alarmeren is het van groot belang dat deze installaties goed functioneren.
Ontruimingsalarminstallaties zijn een optelsom van organisatorische, bouwkundige en technische maatregelen. En de samenhang van die maatregelen, op basis van een gedegen risicoanalyse, moet zijn weerslag vinden in de uitgangspunten van de brandbeveiligingsinstallaties.
In die uitgangspunten zijn ook de afstemming van de techniek op de interne en externe alarmorganisatie en de bouwkundige maatregelen die de toegankelijkheid voor de brandweer of de detectiesnelheid van de automatische melders beïnvloeden belangrijk.

Het CCV-inspectieschema Brandbeveiliging Opslag Gevaarlijke stoffen volgens PGS (BB-PGS):

Een opdrachtgever wil dat zijn opslag goed beschermd is tegen gevolgen van brand. De opslag van gevaarlijke stoffen in grotere hoeveelheden (> 10.000 kg) vereist bijzondere aandacht. In veel gevallen zal ook een gemeente nadere eisen stellen aan een dergelijke opslag. Daarbij dient de opslag van gevaarlijke stoffen goed te zijn beveiligd.
Bij blusinstallaties moet gedacht worden aan automatische sprinkler- en deluge-installaties, al dan niet met schuimtoevoeging, automatische blusgasinstallaties en automatische Hi-Ex installaties met inside of outside air. Voor een doeltreffende beveiliging zijn er naast installaties ook andere randvoorwaarden van toepassing, zoals bouwkundige en organisatorische maatregelen.

Het CCV-Inspectieschema Brandbeveiliging Consumentenvuurwerk:

Na de vuurwerkramp in Enschede is het belang van de beveiliging van vuurwerk toegenomen. In het Vuurwerkbesluit zijn de eisen opgenomen voor de beveiliging van bewaarplaatsen, bufferbewaarplaatsen en verkooppunten. Deze installatie bestaat uit een sprinklersysteem tezamen met een alarmeringsinstallatie.

Inspecties op basis van Norm conformiteit/“Eigen-methode”:

Watervoerende blusinstallaties kenmerken zich door een grote bedrijfszekerheid met een daaraan gekoppelde hoge doeltreffendheid bij het beheersen van een brand. De inspectie vindt plaats door het nemen van willekeurige steekproeven. Afhankelijk van het type en de grootte van het systeem worden een aantal leidingen en sprinklers onderzocht.
Tijdens de 25-/12,5-jarige inspecties in Duitsland zijn de volgende resultaten naar voren gekomen: uit de statistieken blijkt dat het leidingwerk van natte systemen over het algemeen in betere staat is dan het leidingwerk van droge systemen. Vaste residuen veroorzaakt door corrosie reduceren de diameter van de leidingen waardoor de capaciteit afneemt. Daarbij kan het voorkomen dat loszittende ophopingen samen een grotere afname of zelfs een verstopping kunnen veroorzaken. Uit de resultaten blijkt dat een droge installatie na 12,5 jaar veelal in een slechtere staat verkeert dan een 25 jaar oude natte installatie.

In tegenstelling tot alle andere brandbeveiligingssystemen zorgt dit systeem ervoor dat het niet kan branden. Dit wordt gerealiseerd door het verlagen van het zuurstofniveau in de ruimte. Zuurstofreductie wordt toegepast in zeer specifieke situaties waar rookschade niet is gewenst in welke minimale hoeveelheid dan ook of waar andere systemen geen oplossing bieden.

Hoe gaat een inspectie in z'n werk?